Intreerede door dr.ir. Jos P. van Leeuwen,
4 november 2020

Intreerede Jos van Leeuwen

De intreerede van Jos kun je hieronder terugkijken en daaronder teruglezen. Je kunt de intreerede ook downloaden in A5 formaat (goed om op het scherm te lezen) en in A4 (als je ’t liever print…).

Below, you can watch the complete inaugural address by Jos.

Welkom bij het lectoraat Civic Technology! Zoals zoveel evenementen dit jaar is ook deze intreerede een online gebeurtenis. Dat maakt het anders en bijzonder, maar het past toch ook wel bij het onderwerp. We gaan u vandaag een introductie geven in het onderzoek dat het lectoraat Civic Technology de komende jaren gaat doen, als onderdeel van de faculteit IT & Design en het kenniscentrum Governance of Urban Transitions.

Den Haag in vogelvlucht

Civic Technology is technologie voor het burgerschap, voor mensen in hun rol van burger. In ons dagelijkse leven hebben we veel met technologie te maken, vaak met interactieve, informatie-gerichte technologie: als consument doen we online boodschappen – zeker in deze pandemische tijd; als reiziger in het openbaar vervoer plannen en betalen we onze reis met interactieve technologie – nu weliswaar even wat minder; als weggebruiker navigeren we op basis van technologie; en ons energieverbruik in huis wordt ‘smart’ gemeten en geadministreerd.

Technologie voor burgers

Als burger staan we steeds vaker middels technologie in contact met overheden. Denk aan alle online communicatie met de overheid, zoals de belastingdienst en gemeenten die middels apps, websites en de ‘Berichtenbox’ van ‘MijnOverheid’ met burgers communiceren. En er wordt over burgers en ons gedrag al heel wat data verzameld, door gemeenten, de politie, door bijvoorbeeld de zorgsector. En ook in de publieke ruimte wordt data verzameld – met smart city technologie, zoals camera’s en sensoren – met als doel om de stad veiliger, efficiënter en leefbaarder te maken. Al die ‘big data’ maakt het mogelijk om inzichten te genereren – al dan niet met kunstmatige intelligentie – en besluiten te nemen.

Social Media

We gebruiken technologie ook om als burger zelf actie te ondernemen. Bij de overheid kunnen we met apps melden wat er op straat verbeterd of onderhouden moet worden. Met onze buren zitten we in een WhatsApp groep of NextDoor, om bij te dragen aan de leefbaarheid en veiligheid van de buurt. We kunnen met smart home tools of citizen science kits de luchtkwaliteit meten, binnenshuis, maar ook buitenshuis. We tekenen petities, doen mee aan peilingen en enquêtes. En social networking sites (SNS) worden intensief gebruikt, voor sociale en professionele relaties, maar ook om maatschappelijk actief te zijn, voor het organiseren van het samenleven in een buurt. We weten inmiddels dat social media ook een effectief kanaal zijn om de democratie te beïnvloeden.

Burgers komen dus in aanraking met veel verschillende technologieën, met verschillende doelstellingen, resultaten en bijeffecten, en waaraan mensen in allerlei functies en rollen deelnemen. Wat centraal staat in het vakgebied Civic Technology is dat de technologie in dienst staat van het burgerschap. Het doel is: Empowering Citizens. Maar wat betekent het eigenlijk om burger te zijn? Wat is burgerschap?

Drie dimensies van burgerschap

Burgerschap is het lidmaatschap van een samenleving. Het is een verplicht lidmaatschap: in Nederland moeten ouders een kind binnen drie dagen na de geboorte als nieuwe burger aanmelden bij de overheid. Burgerschap is dus een onvrijwillige rol: iedereen is burger, lid van de menselijke samenleving, de gemeenschap waarin we worden geboren of waarin we kiezen te leven, die we gezamenlijk organiseren en beleven. Het ‘burger zijn’ ervaren we op kleine schaal, in onze straat en buurt, maar ook op grote schaal, nationaal of zelfs als Europeaan of wereldburger.

BLM Protest op het Malieveld

We kunnen kiezen hoe we de rol van burger willen invullen – op een passieve of actieve manier, op grote afstand van het gezamenlijke of zo dicht mogelijk erop – maar in het dagelijks leven hebben we steeds te maken met het feit dat we een samenleving zijn. Nog afgezien van het verplichte aspect van burgerschap: we moeten ons tot elkaar verhouden, het samen leven in een gemeenschap is het fundament van de menselijke natuur. Het heeft ons letterlijk gemaakt tot wat we zijn: de aardse diersoort met het meest ontwikkelde brein en met de meest ontwikkelde sociale vaardigheden, zoals saamhorigheid, communicatie en collectief leren. Het maken van onze samenleving zit diep in ons wezen: gezamenlijk ontwikkelen we ons gedrag, onze gewoonten, waarden en normen, onze cultuur en onze rechten en plichten.

Dimensie van het burgerschap

Burgerschap is een product van de menselijke drang om samen te leven, we hebben het samenleven geïnstitutionaliseerd. Het zijn van burger geeft eenieder een bepaalde wettelijke status: de rechten en plichten die men als burger heeft. Burgerschap heeft in het instituut samenleving ook een politieke betekenis: men neemt als burger deel aan bestuurlijke processen. En burgerschap wordt vaak gerelateerd aan de beleving van een identiteit, bijvoorbeeld een nationale of lokale identiteit, en heeft daarmee een sociale en culturele betekenis. Zo zijn er drie dimensies van het burgerschap: een wettelijke dimensie, een politieke dimensie, en een identiteitsdimensie. Leydet, D. (2017) “Citizenship.” In The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2017), Edward N Zalta (eds.). Metaphysics Research Lab, Stanford University.

Relatie burger tot overheid

We kunnen die dimensies bekijken in de relaties tussen burger, samenleving en overheid. De wettelijke status van het burgerschap wordt vanuit de overheid gerealiseerd door dienstverlening aan de maatschappij: zo worden zaken als veiligheid, recht, openbare voorzieningen, sociale zekerheid en zorg door de overheid georganiseerd. Burgers hebben een bestuurlijke rol in onze democratie, die weliswaar meestal beperkt is tot het uitbrengen van een stem, maar desalniettemin essentieel onderdeel van het burgerschap. De identiteitsdimensie wordt in de literatuur verschillend uitgelegd, waarbij vooral de vraag rijst of het gaat over de identiteit die een burger voelt als lid van een politieke gemeenschap, of dat het ook gaat over de identiteit die men ontleent aan sociaal-culturele aspecten van het samenleven. Lehning, P. B. (2001) “European Citizenship: Towards a European Identity?”, Law and Philosophy, 20(3): 239–282. In het kader van Civic Technology is die ruimere definitie zinvol.

Burgers vormen samen de gemeenschap: door te participeren in gezamenlijke activiteiten, de straat met elkaar te delen, vormen zij hun leefomgeving. Door deel te nemen identificeren zij zich met het collectief. Richard Sennett duidt dit met de oude betekenis van het Franse woord ‘cité’: het levensgevoel in een buurt of wijk, de hechting aan een bepaalde plaats en de gevoelens ten opzichte van anderen.

De digitale ‘ville’ heeft immense effecten op hoe wij samenleven.

Sennett contrasteert die ‘cité‘ – de geleefde stad – met de ‘ville‘ – de gebouwde stad. In zijn boek ‘Building and Dwelling‘ (‘Stadsleven’ in de Nederlandse vertaling) Sennett, R. (2018) Building and Dwelling. New York, NY, USA: Farrar, Straus and Giroux. gaat hij in op de vraag in hoeverre de ontwerpers van de ville, dus de planologen van de gebouwde stad, zich mogen permitteren met hun ontwerp invloed uit te oefenen op de cité – op hoe men in de stad leeft. Diezelfde vraag moeten we ons ook stellen wanneer we besluiten nemen over IT in de samenleving, want de digitale ville heeft immers ook immense effecten op hoe wij samenleven, en hoe wij de drie dimensies van het burgerschap beleven.

Technologie is nooit neutraal

Overheidsrapporten over digitalisering

De Rijksoverheid beaamt dat bij technologische innovatie het belang van burgers en maatschappelijke stakeholders voorop moet staan. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat schrijft: “Digitalisering verandert onze wereld, maar dat wil niet zeggen dat wij daar niets over te zeggen hebben.” Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018) Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Den Haag: Rijksoverheid. En het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid schrijft: “De overheid wil de enorme maatschappelijke en economische kansen van data grijpen, maar tegelijkertijd mag voortschrijdende dataficering niet ten koste gaan van individuele burgers en ondernemers.” Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2019) NL Digitaal – Data Agenda Overheid. Den Haag: Rijksoverheid.

Beide uitspraken zijn ongetwijfeld welwillend en geruststellend bedoeld, maar klinken toch wel erg defensief en daarmee niet heel doelbewust als het gaat om het centraal stellen van het publieke belang van de burgermaatschappij. Het klinkt alsof men iets van plan is dat potentieel schade kan berokkenen aan de samenleving. En dat is natuurlijk ook zo: in de digitale omgeving schuilen vele gevaren en het ontwerpen en bouwen daarvan moet juist daarom gericht zijn op het versterken van de ‘cité’ – het versterken van het levensgevoel van burgers.

Technologie is immers nooit neutraal maar heeft altijd een grote invloed op het domein waarin het wordt toegepast. Navigatietools en smart city technologie kunnen zorgen voor een efficiëntere doorstroom van het verkeer in de stad, maar maken het zo ook aantrekkelijker om de auto te verkiezen boven het openbaar vervoer dat de stad veel leefbaarder zou maken. Het effect kan juist een toename zijn van het verkeer en dus een afname van de leefbaarheid.Het gebruik van technologie bepaalt het gedrag van de gebruiker, maar heeft daarmee ook verderstrekkende effecten. Data die wordt verzameld over criminaliteit kan bestaande vooroordelen en de neiging tot profileren versterken, met mogelijk discriminatie of racisme tot gevolg.

De motivatie voor de overheid om digitale technologie in te zetten is drieledig:

  1. verbeteren van overheidsdienstverlening;
  2. verbeteren van overheidsbeleid voor het aanpakken van maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld met behulp van data; en
  3. verbeteren van burgerparticipatie. Rijksoverheid (2020) NL DIGIbeter – Agenda Digitale Overheid. Den Haag: Rijksoverheid.

Burgers gebruiken technologie vanuit de behoefte om beter geïnformeerd te zijn, verbonden te zijn met andere burgers, bijvoorbeeld in de buurt, via buurt-app-groepen, of nationaal, via forums, blogs en social media. Ze gebruiken technologie ook om initiatieven te nemen en anderen daarin te betrekken, bijvoorbeeld het online organiseren van petities, of acties die worden geïnitieerd via social media. En er is ook steeds meer technologie waarmee burgers als ‘smart citizens’ zelf data over hun leefomgeving kunnen verzamelen en delen met elkaar.

Civic Technology in onderzoek en praktijk

In het kennisdomein van Civic Technology ligt de focus bij digitale technologie die erop gericht is mensen in hun burgerschap te versterken, door hen:

  • een sterkere kennispositie te geven en
  • meer democratisch vermogen,
  • door hun lokale betrokkenheid te vergroten, en
  • door het versterken van de weerbaarheid van burgers, economisch en sociaal, maar vooral ook politiek.

Civic Technology is niet een nieuw vakgebied. Er zijn in de wereld al heel wat labs die technologie voor het burgerschap ontwikkelen, onderzoeken en inzetten. Enkele voorbeelden: in het Center for Civic Media, https://www.media.mit.edu/groups/civic-media/overview/ tot augustus dit jaar geleid door Ethan Zuckerman als onderdeel van het Media Lab van MIT, werd onderzoek gedaan naar de rol van media en media technologie in maatschappelijke verandering; het Engagement Lab van Emerson College https://elab.emerson.edu is een bekende en succesvolle groep, geleid door Eric Gordon, met veel aandacht voor processen van burgerbetrokkenheid en bijvoorbeeld gamification.

Er zijn inmiddels ook commerciële partijen die civic technology aanbieden, zoals het Belgische CitizenLab https://www.citizenlab.co dat een reeks tools aanbiedt aan gemeenten om burgerparticipatie mee te organiseren en realiseren. En veel grote steden hebben een eigen afdeling of lab voor de ontwikkeling van civic technology, bijvoorbeeld Civic Hall in New York City. https://civichall.org

Ook in Nederland zijn al heel wat services en apps ontwikkeld en in gebruik, om de communicatie tussen overheden en burgers te bevorderen, om burgers te faciliteren bij actieve participatie, of het simpelweg geregeld krijgen van zaken die hun wijk of straat betreffen. Burgers participeren bijvoorbeeld in het verzamelen van informatie over de kwaliteit van oppervlaktewater https://hetschonewaterexperiment.nl en dragen zo bij aan de wetenschap terwijl ze ook inzicht krijgen in de gezondheid van hun eigen leefomgeving. In Scheveningen lanceert de gemeente Den Haag een digitaal netwerk met smart city technologie https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/wonen-en-bouwen/bouwprojecten/gebiedsontwikkeling-scheveningen-kust/nieuwe-techniek-in-living-lab-scheveningen.htm om het gebruik van de openbare ruimte efficiënter en duurzamer te maken, bijvoorbeeld met betrekking tot parkeren en verkeersstromen, energieverbruik voor evenementen, slimmere straatverlichting, etc.

Veel van deze toepassingen in de publieke sfeer zijn gericht op transacties. Het melden van een kapotte stoeptegel, of een overvolle afvalcontainer, is een transactie die de dienstverlening aan burgers efficiënter kan maken. Overheid en burger wisselen informatie uit, waardoor een dienst geïnitieerd en geleverd kan worden. Uitermate zinvol, maar het zal niet leiden tot een transformatie van de manier waarop we samen de openbare ruimte inrichten en beheren. Het houden van online peilingen of het aanbieden van een kieswijzer zijn transactionele middelen die mensen steunen bij hun politieke keuzes. Ze leiden niet tot een transformatie van de wijze waarop we democratische besluiten nemen.

Hoe kan technologie meer betekenisvol worden ingezet voor burgers?

Bij technische innovaties wordt bovendien vaak geredeneerd vanuit het perspectief van de technologie, vanuit de technische mogelijkheden, de data die verzameld kan worden, de bestaande processen die efficiënter gemaakt kunnen worden. We moeten ons bij de ontwikkeling en inzet van technologie voor publieke zaken steeds afvragen of het doel dat wordt nagestreefd en de effecten die het gevolg zijn wel in overeenstemming zijn met publieke waarden.

Niet de optimale inzet van technologie staat voorop, niet het verhogen van efficiëntie of het verkrijgen van meer data, maar het optimaal dienen van het publieke belang, het burgerbelang. De primaire vraag die gesteld moet worden is: Hoe kan technologie meer betekenisvol worden ingezet voor burgers? Of zelfs, zoals Eric Gordon schrijft: “How can we use technology to make civic life more meaningful?Civic Media - Eric Gordon & Paul Mihailidis (Eds.)“The basic question in civic tech today—how can we make civic life more efficient with technology—must be changed to, how can we use technology to make civic life more meaningful.” Gordon, E. en Walter, S. (2016) “Meaningful Inefficiencies”, in Civic Media: Technology, Design, Practice. Cambridge, MA: The MIT Press, pp. 243–266.

Exploreren vanuit potentie, ontwerpen vanuit impact

Civic Technology is een technologisch vakgebied dat de burger centraal zet en het instrumentarium creëert en onderzoekt waarmee het burgerschap betekenisvoller kan worden ingevuld. Zeker, we zijn daarbij technology-driven, omdat de kansen en mogelijkheden die technologie biedt ons inspireert, maar we zijn bovenal human-centred – of beter: citizen-centred. Het ontwerpen van en met technologie vraagt een zeer brede oriëntatie, zowel in het technische domein als in het domein van design. We laten ons daarbij niet beperken door de grenzen van disciplines.

We exploreren vanuit de potentie, de mogelijkheden en kansen van nieuwe technologieën, om daarmee nieuwe concepten te ontwikkelen die voldoen in een behoefte. En we onderzoeken en ontwerpen de impact die een technologische innovatie heeft: welke impact is wenselijk, hoe die te bereiken, en welke implicaties heeft dit voor het ontwerp van innovaties?

Missie & onderzoekslijnen

De missie van het lectoraat Civic Technology is tweeledig:

Ontwikkelen van technologische innovaties waarmee mensen het burgerschap meer betekenisvol kunnen ervaren.

Genereren van kennis over het ontwerpen en inzetten van dergelijke technologische innovaties.

Met andere woorden: we streven ernaar om praktische oplossingen te ontwikkelen en te leren hoe je dat het best doet: learning by doing.

In het lectoraat willen we ontdekken wat publiek wenselijk is – hoe nieuwe technologie het publieke belang het best dient. We willen leren hoe technologie kan worden ingezet, hoe toepassingen zodanig te ontwerpen dat ze op een betekenisvolle manier bijdragen aan de samenleving. Dat is een brede doelstelling die om praktische redenen verder afgebakend moet worden in onze onderzoeksactiviteiten. Maar als onderliggende motivatie voor alles wat we ontwerpen en onderzoeken bepaalt het publieke belang de richting voor het formuleren en beantwoorden van onze onderzoeksvragen.

Het onderzoeksdomein Civic Technology relateert aan de drie eerdergenoemde dimensies van het burgerschap: de wettelijke, de sociaal-culturele, en de politieke dimensie. We koppelen drie onderzoekslijnen aan aspecten van die dimensies.

Onderzoekslijnen van het lectoraat Civic Technology

In de lijn Smart Technology in Public Spaces onderzoeken we hoe interactieve technologie in de straat en wijk burgers een zinvolle ervaring of dienst kan bieden.

In de lijn Sociotechnical Transitions bestuderen we op kritisch-creatieve wijze welke impact interactieve innovaties hebben op de maatschappij en creëren we interacties die inspireren tot reflectie en debat.

Met de derde onderzoekslijn – Deliberative Media – willen we bijdragen aan democratische vernieuwing door instrumentarium te ontwikkelen waarmee burgers kunnen beraadslagen en een actieve rol kunnen hebben in een deliberatieve democratie. Daarover straks meer.

Onderzoekslijn 1: Smart Technology in Public Spaces

De introductie van nieuwe technologie, vooral in de openbare ruimte, dwingt ons tot een nieuwe visie op wat we als burger willen met onze leefomgeving. Slimme technologie kan processen in de stad efficiënter maken, maar elke innovatie is een keuze en impliceert daarmee gekozen waarden.

Ben Green geeft in zijn boek The Smart Enough City  The Smart Enough City - Ben GreenGreen, B. (2019). The Smart Enough City. Boston, USA: MIT Press. het voorbeeld van zelfrijdende auto’s. Een stad kan zich technologisch voorbereiden op die vorm van mobiliteit, en daarmee wellicht een efficiëntere doorstroom bereiken, maar is dat de innovatie waar de stad het best mee gediend is? Of kunnen andere vormen van mobiliteit belangrijkere waarden optimaliseren, met minder auto’s in de stad, meer groen in de openbare ruimte, meer veiligheid op straat, met meer mensen en minder blik? Het is verleidelijk om bij innovatie de focus te leggen op efficiëntie van bestaande processen in de publieke ruimte en van gemeentelijke diensten, en dan technologie in te zetten voor optimalisatie daarvan. Maar veel belangrijker dan efficiëntie is de vraag: wat willen mensen eigenlijk met hun leefomgeving en hoe kunnen we technologie inzetten om dát te bereiken? Zijn er wellicht andere doelen waarvoor we technologisch zouden moeten optimaliseren?

Door exploratief onderzoek te doen, verkennen we technische mogelijkheden en vooral maatschappelijke wenselijkheden en effecten van de toepassing van slimme, interactieve technologie in de publieke ruimte. Een lopend project is de ontwikkeling van experimentele spraak-gebaseerde interacties in de openbare ruimte. Spraakinterfaces, of VUI’s: voice-user interfaces, zijn beschikbaar op Smartphones en op apparaten zoals Google Home of Alexa van Amazon, waarmee de verlichting en verwarming kan worden aangepast, de geluidsinstallatie kan worden bediend of een zoekopdracht op het internet kan worden uitgevoerd.

Straatbeeld Centrum Den Haag

In de openbare buitenruimte vinden we nog niet veel toepassingen van spraakinterfaces. Ons onderzoek richten we in vanuit enerzijds de technologie, met vragen als: Hoe kunnen spraakinterfaces in de openbare buitenruimte zinvol worden toegepast? Wat willen mensen ermee, wat verwachten ze ervan? En anderzijds vanuit de impact en behoefte: Hoe kunnen spraakinterfaces in de openbare ruimte bijdragen aan de inclusiviteit van de stad – mensen betrekken bij de publieke sfeer die met visuele en visueel-interactieve interfaces niet of moeilijk overweg kunnen, bijvoorbeeld mensen met een visuele beperking of mensen die de taal niet machtig zijn of minder geletterd zijn.

Als in de Smart City lantaarnpalen ‘slim’ worden, met netwerk, allerlei sensoren, en wellicht ook een display voor informatie, waarom zou je dan niet ook een gesprek kunnen voeren met zo’n slimme lantaarnpaal? We ontwerpen en ontwikkelen prototypes van een sprekende lantaarnpaal – een praatpaal. Het eerste prototype was een Wizard of Oz-experiment, Over de ervaringen met deze wijze van prototyping is gepubliceerd in: Jylhä, A., Quanjer, A.J., van Leeuwen, J.P. 2019. “Using Lo-Fi Experience Prototypes for Co-Designing Conversational Speech Interactions for Public Settings.” In: CHI 2019 Workshop on Speech Interface Interactions, 4-9 May 2019, Glasgow, UK.
Het eerste prototype is live gedemonstreerd tijdens het event Beyond Smart Cities Today, in Rotterdam: van Leeuwen, J.P., Quanjer, A.J., Jylhä, A. 2019 “Envisioning Conversational Agents in Public Spaces – a case of talking lampposts” In: Beyond Smart Cities Today, 18-19 September 2019, Rotterdam, The Netherlands.
waarbij een onderzoeker de kunstmatige intelligentie simuleerde. Hiermee konden we snel en goedkoop Het prototype werd ook gedemonstreerd in Oxford: Quanjer, A.J., Jylhä, A., van Leeuwen, J.P. 2019. “Using Lo-Fi Prototyping to Envision Conversational Agents in Public Settings.” In: Proceedings of European Conference on the Impact of Artificial Intelligence and Robotics, Oxford, UK, Oct. 2019. de dialoogstructuur testen, en ook eerste inzichten Publicatie in een internationaal journal: Quanjer, A.J., Jylhä, A., and van Leeuwen, J.P. 2019 “Early Concept Validation through Provocative Experience Prototyping.” In: User Experience & Urban Creativity, 1:2, p. 82-85. verkrijgen in de acceptatie door de proefpersonen. Het tweede prototype was een werkend prototype – gemaakt van loodgietersmateriaal vol met elektronica – waarmee we in experimenten verschillende aspecten van de interactie konden onderzoeken:

Wizard of Oz prototype van de Praatpaal
  1. De fysieke interactie: wat doet de gebruiker, wat doet de praatpaal, hoe is de fysieke interactie tussen de twee, welke technologie kan de praatpaal slimmere zintuigen geven?
    Bijvoorbeeld: wat kan hij afleiden van de positie van de gebruiker? En welke visuele en haptische interactie kan de dialoog ondersteunen?
  2. De spraakinteractie: de technologie die de spraak van de mens omzet in tekst en de respons van de praatpaal hoorbaar maakt in gesproken taal. Op dit terrein ligt niet onze onderzoeksbijdrage en daarom gebruiken we hiervoor commercieel ontwikkelde technologie. Wel ontwikkelen we gereedschappen die het voor onderzoekers en studenten gemakkelijker maken om deze complexe technologie toe te passen, bijvoorbeeld tijdens de Odyssey Hackathon.
  3. De inhoudelijke interactie: we experimenteren met de identiteit van de praatpaal, met het doel voor de conversatie tussen praatpaal en gebruiker, het type gesprek – een vraaggesprek of open conversatie – en met de technische implementatie van de gespreksstructuur met behulp van kunstmatige intelligentie.
  4. Het contextuele aspect van de interactie: de locatie van de praatpaal, de toegang tot de omgeving door middel van sensoren en databronnen, en ook de interactie die een praatpaal kan hebben binnen het netwerk van praatpalen. Hoe kunnen ze gezamenlijk optreden en de gebruikers een ruimtelijke beleving bieden die de gehele buurt erbij betrekt?
  5. Tot slot, de impact en wenselijkheid, ofwel het emotionele aspect van de interactie: hoe ervaren gebruikers de interactie en de relatie met de praatpaal? Wat is daarbij wenselijk en betekenisvol, waar liggen mogelijk grenzen van het aanvaardbare, welke ethische aspecten zijn er?

Het onderzoek op al deze aspecten vraagt een veelzijdige aanpak, waarin onze prototypes de hoofdrol spelen. Daarbij werken we dankbaar samen met studenten van de opleiding Industrial Design Engineering, die met veel creativiteit vorm geven aan onze ideeën, ons inspireren met nieuwe materialen en helpen bij het bouwen van de prototypes. Door het ontwerpen van de verschillende dialogen en het bestuderen van gebruikservaringen in experimenten, ontwikkelen we kennis over de factoren die de kwaliteit en beleving van de interactie beïnvloeden. De beleving die proefpersonen hebben met onze prototypes zijn bovendien een uitstekende conversation-starter voor interviews en reflecties op ethische aspecten. Met de inzichten die we op deze manier verkrijgen, komen we tot richtlijnen voor het ontwerpen van spraakinteracties voor de publieke ruimte.

Onderzoekslijn 2: Sociotechnical transitions

Onze maatschappij is steeds intensiever verbonden met technologie. We zetten technologie in om efficiënter te werken, te produceren, te vervoeren, en te communiceren. Ook in sociale en culturele aspecten van de samenleving is technologie volop aanwezig. Dat brengt veel goeds, maar is niet zonder problemen. De introductie van nieuwe technologie heeft vaak een verstorend effect in de maatschappij, zeker in eerste instantie. Zo ook bij de opkomst van social media. Het sociaal gedrag van mensen is veranderd en er is een geheel nieuwe sociale context gecreëerd waarin we met elkaar verkeren. Dit biedt veel nieuwe kansen en mogelijkheden en heeft absoluut positieve effecten, maar er zijn ook negatieve kanten die niet zozeer nieuw zijn in onze maatschappij maar wel enorm versterkt worden door de schaalvergroting die online media mogelijk maken. Social media zijn een kanaal geworden voor leugens, tunnelvisie, pesten, en oplichterij. Of, in social media jargon: fake news, filter bubbles, trolling, en phishing.

De maatschappelijke worsteling met nieuwe technologieën is voor ons een uitdaging om kennis te ontwikkelen.

We kunnen deze misstand grotendeels wijten aan de aard van het medium, de onzichtbaarheid en anonimiteit, de onpersoonlijkheid, de snelheid, reikwijdte en schaalgrootte. De verschijning van de technologie zet aan tot respectloos gedrag: dit maatschappelijke probleem is dus in feite een ontwerpprobleem. De maatschappelijke worsteling met nieuwe technologieën is voor ons een uitdaging om kennis te ontwikkelen over hoe het ontwerp van online media, van interactieve technologie, de positieve aspecten ervan kan optimaliseren en de negatieve kanten kan terugdringen.

De app ECHO voor geluid op geolocatie - door Jim Bemelmans

Samen met studenten van de opleiding Communication & Multimedia Design ontwerpen we nieuwe media die mensen stimuleren tot culturele uiting en uitwisseling, of die aanzetten tot reflectie en gedragsverandering. Een memorabel voorbeeld van alweer enkele jaren geleden is het ontwerp van Jim Bemelmans voor de app ECHO, waarmee mensen een geluidsopname, een gedicht of muziek, kunnen achterlaten op een fysieke plek, een geolocatie, en daarmee iets delen van hun emotionele verbintenis met die plek.

Een meer recent voorbeeld is het werk van Ismaël Harraou, die een app ontwierp om automobilisten te confronteren met de schadelijke effecten van hun rijgedrag en hen te helpen dat gedrag te veranderen. Over zijn werk hebben we met hem verschillende publicaties geschreven. Korte eerste publicatie: Jylhä, A., Harraou, I., Quanjer, A.J., van Leeuwen, J.P. (2017) “Using Behavior Data for Creating Awareness in Motorists about Emission Consequences.” In: Proceedings of the workshop on People, Personal Data and the Built Environment at DIS 2017. Edinburgh, June 10, 2017.
Uitgebreidere publicatie als boek hoofdstuk: Jylhä, A., Harraou, I., Quanjer, A.J., van Leeuwen, J.P. (2019) “Designing an Intervention for Creating Awareness in Motorists about Vehicle Emission Consequences on Human Health.” In: Schnädelbach, H. and Kirk, D. (Eds.) People, Personal Data and the Built Environment. Springer Series in Adaptive Environments. Springer International Publishing.

Om het debat aan te jagen over de invloed en impact van technologie, binnen de beroepsgroep van UX Designers maar ook bij het grotere publiek, creëren we reële, fysieke installaties van design fiction waarmee we de ongrijpbare, bestaande, complexe systemen ter discussie stellen, die mensen dagelijks onbekommerd kiezen te vertrouwen, zoals social media en bijvoorbeeld financiële systemen. Arnold Jan Quanjer is in onze groep de meester op dit terrein. Zijn huidige project heet het Credit Card Oracle – een ‘radicaal onstabiel orakel’ dat, met dezelfde creditcard interacties waarmee we vol vertrouwen onze financiële transacties doen, een respons geeft in een eigen geluidstaal.

Onderzoekslijn 3: Deliberative Media

Formeel heeft een burger in politiek en bestuur in Nederland maar een zeer beperkte rol, die zich in de praktijk beperkt tot het uitbrengen van een stem wanneer er verkiezingen zijn. Informeel wordt echter al decennialang in allerlei vormen Het ministerie van BZK publiceerde in 2009 een inventarisatie en evaluatie van vormen van burgerparticipatie: Leyenaar, M. (2009) De burger aan zet. Den Haag: Min. BZK.
Recente publicaties over digitale vormen van burgerparticipatie zijn bijvoorbeeld: Korthagen, I. en van Keulen, I. (2017) Online meebeslissen Lessen uit onderzoek naar digitale burgerparticipatie. Den Haag: Rathenau Instituut.De Zeeuw, A. (2019) Digitale Democratie in de praktijk. Den Haag: Democratie in Actie.de Ridder, J., Vliegenthart, R. en Zuure, J. (2020) Doen, durven of de waarheid: democratie in digitale tijden. Amsterdam: Amsterdam University Press.
met burgerparticipatie geëxperimenteerd, Er zijn veel vormen waarin burgerparticipatie kan worden georganiseerd. Een daarvan is de burgerbegroting. Sinds 1989 wordt, in navolging van Porto Alegre in Brazilië, in veel steden over de wereld de methode van burgerbegrotingen (participatory budgeting) toegepast om over een deel van het gemeentelijke budget met directe democratie een besluit te nemen. In Nederland wordt hiervoor gebruik gemaakt van onder meer de OpenStad software die is ontwikkeld door de gemeente Amsterdam – https://www.openstad.org/ – en door de tools voor Participatieve Waarde Evaluatie, ontwikkeld door Niek Mouter aan de TU Delft. Zie bijvoorbeeld: Mouter, N., Koster, P. and Dekker, T. (2019) “An Introduction to Participatory Value Evaluation”, SSRN Electronic Journal, (December 2019). vooral in het lokale bestuur, om burgers meer beslissingsbevoegdheid te geven en – als niet onbelangrijk secundair doel – de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid te verbeteren.

Een voorbeeld van zo’n experimenteel project voor burgerparticipatie, waar onze onderzoeksgroep in 2016/17 – toen nog onder de noemer UrbanUX – bij betrokken was, is het co-design project voor het Wijkpark De Horst in Mariahoeve, Den Haag. Zie https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/stadsdelen/haagse-hout/herinrichting-wijkpark-de-horst.htm In dit project gaf de gemeente de bewoners een beslissende rol bij het ontwerpen van de renovatie van het park. Zo’n 25 betrokken omwonenden meldden zich om mee te doen en zij ontwikkelden samen met experts van de gemeente drie varianten voor het park, die vervolgens aan de gehele wijk ter verkiezing werden voorgelegd. Ruim 1400 wijkbewoners (12% van de populatie) namen deel aan de stemming, bekeken de varianten op hun computer of smartphone, of via VR-brillen waarmee studenten namens de gemeente gedurende drie weken de wijk in trokken. Over het onderzoek in het Wijkpark project is gepubliceerd in: van Leeuwen, J. P., Hermans, K., Jylhä, A., Quanjer, A. J., and Nijman, H. (2018) “Effectiveness of Virtual Reality in Participatory Urban Planning,” In: Proceedings of the Media Architecture Biennale 2018, Beijing, China. van Leeuwen, J. P., Hermans, K., Quanjer, A. J., Jylhä, A., and Nijman, H. (2018) “Using Virtual Reality to Increase Civic Participation in Designing Public Spaces,” In: Proceedings of the European Conference on Digital Government 2018, Santiago de Compostela, Spain. Het winnende ontwerp werd vervolgens gerealiseerd en is later genomineerd voor de Haagse Openbare ruimte Prijs. In ons onderzoek evalueerden we de effectiviteit van het gebruik van Virtual Reality in dit participatieproces.

In het kenniscentrum GUTs werken de vier lectoraten op verschillende manieren aan nieuwe vormen van samenwerking tussen burger en overheid. Bijvoorbeeld, in de stadslabs wordt met actie-onderzoek kennis ontwikkeld uit de ervaringen van burgers en wijkprofessionals met verschillende vormen van burgerparticipatie. Bewoners en gemeente werken samen om belangrijke zaken, zoals daklozenopvang of energietransitie, in de wijk aan te pakken en delen daarbij de verantwoordelijkheden. Onderzoekers van het kenniscentrum ontwerpen en begeleiden de processen en samenwerkingsvormen in de stadslabs. Een voorbeeld van resultaten uit een Haags stadslab is de rapportage van het recente onderzoek in Duindorp: Duiveman, R., Müller, E., and Ramsodit, A. (2019) Duidelijk Duindorp: Publiek Leren in een Stadslab. Den Haag: De Haagse Hogeschool. De sleutelvraag is hoe burgerparticipatie in te richten: welke democratische vernieuwing helpt burgers meer zeggenschap te krijgen over wat belangrijk voor hen is en hoe past dit in de bestaande structuur van het openbaar bestuur?

Social Distancing tijdens de COVID-19 pandemie

In het lectoraat Civic Technology onderzoeken we hoe digitale technologie burgerparticipatie mogelijk kan maken, als aanvulling op wat er zoal in zaaltjes en op inspraakavonden gebeurt. Hoe kan het debat, de dialoog, de inspraak, de co-creatie ook online plaatsvinden? Tijdens de pandemie heeft iedereen dit laatste half jaar ervaren en gevoeld hoe het is om plots niet meer bij elkaar te kunnen komen. Weliswaar hebben velen in korte tijd geleerd effectief om te gaan met nieuwe communicatiemiddelen, maar het organiseren en inrichten van een online gesprek in de wijk is nog een grote uitdaging.

We begeven ons daarmee op het terrein van Deliberatieve Democratie. We ontwikkelen een online communicatiemiddel dat stimuleert tot een goed, inhoudelijk gesprek dat door participanten als respectvol, diepgaand en inspirerend wordt ervaren, en dat mensen laat meedoen op hun eigen manier, op verschillende niveaus van betrokkenheid en capaciteit.

Onze huidige bestuursvorm is een electoraal-representatieve democratie, gebaseerd op de verkiezing van volksvertegenwoordigers die vervolgens met elkaar, namens het volk, het politieke proces aangaan. Ook op lokaal niveau wordt met dat model het gemeentelijke bestuur ingericht. We besteden de besluitvorming en de overweging die daartoe leidt uit aan een verkozen vertegenwoordiging – letterlijk een elite. Een belangrijk deel van de besluitvorming ligt bovendien bij de ambtelijke diensten, zoals ministeries en gemeentelijke afdelingen, bemenst door experts die daar benoemd zijn, niet verkozen.

Democracy When the People are Thinking - James Fishkin

In deze bestuursvorm hebben burgers niet veel mogelijkheden om te participeren in meningsvorming en besluitvorming over zaken die hen aangaan. Verkiezingen zijn schaars en bieden burgers een zeer simplistische mogelijkheid zich politiek uit te drukken, Verkiezingen zijn een uiterst beperkt vocabulaire om in uit te drukken hoe burgers het land of de stad willen besturen. James Fishkin citeert Elmer Schattschneider als volgt: “Het volk is als een soeverein met een vocabulaire van slechts twee woorden: ‘Ja’ en ‘Nee’, en die bovendien alleen mag spreken wanneer hij wordt aangesproken.” (Fishkin 2018) met als gevolg de veelbesproken kloof tussen burger en politiek. Ook bestuurders voelen dat hun legitimiteit steeds meer ter discussie staat en dat burgerparticipatie die legitimiteit kan vergroten. De toename van activiteiten in het kader van burgerparticipatie blijkt uit de tweejaarlijkse Monitor Burgerparticipatie, uitgevoerd en gepubliceerd door ProDemos. Als doel voor het inzetten van burgerparticipatie wordt ‘het genereren van ideeën door burgers of het verkrijgen van informatie van burgers’ het meest genoemd. van den Bongaardt, T. (2018) Monitor Burgerparticipatie 2018. ProDemos, Den Haag.

Democratie gaat over de wil van het volk. Maar hoe ontwikkelt die wil zich en hoe uit die zich? In de huidige vorm van onze democratie gaat dit door gekozen representatie, gebaseerd op competitie tussen politieke partijen, Michael Walzer (1999) laat zien dat dit democratische proces gaat over educatie, organisatie en mobilisatie: educatie niet alleen op school over wat democratie is maar ook door partijen over hun standpunten; organisatie van partijen en van het leiderschap dat de politieke richting ontwikkelt en uitdraagt; en mobilisatie van het volk om zich achter partijen en leiders te scharen, om zich te ontwikkelen als voorstanders en anderen te motiveren hun stem ook te geven. Walzer, M. (1999). “Deliberation, and what else?” In Stephen Macedo (Ed.), Deliberative Politics: Essays on Democracy and Disagreement (pp. 58–69). Oxford University Press. waarbij de rol van het volk in de praktijk beperkt is tot het actieve kiesrecht: men mag stemmen op personen die zich hebben opgewerkt in de partijhiërarchie.

Dat er fundamentele problemen zijn met deze vorm van democratie, dat de democratie niet altijd zo geweest is, en dat er nog heel andere vormen van democratie mogelijk zijn dan de electoraal-representatieve vorm, wordt door politiek-theoretici als Jane Mansfield, John Rawls, Jürgen Habermas Bijvoorbeeld in: Habermas, J. (1996) The Inclusion of the Other: Studies in Political Theory. Cambridge, MA: The MIT Press. en James Fishkin In 1988 publiceerde James Fishkin voor het eerst zijn visie op deliberatieve democratie. Zijn meest recente boek (2018) geeft een historisch overzicht van hoe politiek-theoretici zich sinds de jaren ’60 realiseerden hoe ondemocratisch westerse democratieën feitelijk zijn, dat een systeem van volksvertegenwoordiging gebaseerd op verkiezingen het volk nauwelijks controle geeft over publiek beleid. Fishkin, J. S. (2018) Democracy when the people are thinking: revitalizing our politics through public deliberation. Oxford, UK: Oxford University Press. al jaren beargumenteerd.

Fishkin (2018) schrijft bijvoorbeeld dat het debat tussen de leiders van partijen meestal niet het doel heeft om elkaar te overtuigen of om tot een gezamenlijk standpunt te komen, maar om het publiek te overtuigen dat hun partijstandpunt het beste is en de stem van het volk verdient. Het gaat in zo’n debat niet om het vinden van relevante informatie, het uitwisselen van rationele argumenten of een begrip van elkaars positie om tot een gedeelde visie te komen. Een publiek debat tussen politiek leiders wordt gewonnen door verbale, retorische vaardigheid. En de rol van het publiek en de media is om de competitie aan te moedigen en aan te wakkeren via peilingen. Natuurlijk kan men tegenwerpen dat het electoraat slecht geïnformeerd is en ongeïnteresseerd, een houding die bovendien wordt versterkt door het gevoel dat een individuele mening er niet zo toe doet, dat een stem geen impact heeft op wat er uiteindelijk gaat gebeuren. In een democratie waarin altijd middels coalities wordt geregeerd laat het resultaat (het uiteindelijke regeerakkoord) zich nauwelijks voorspellen.
Daar staat tegenover dat er in coalitiestelsels zelden een totaal andere wind gaat waaien. In Nederland is sinds WO II geen enkele regering tot stand gekomen waarin niet tenminste één partij deelnam die ook al in de vorige regering zat (met name, maar niet alleen, vanwege het CDA (en voorloper KVP), dat alleen niet deelnam aan de kabinetten Kok I en II en Rutte II). Redenen te over om cynisch te zijn over de macht van de eigen stem in verkiezingen.
Ook het alternatief, een overwegend tweepartijenstelsel, heeft grote nadelen, omdat het de beslissende macht bij een relatief kleine minderheid van zwevende kiezers legt en daarmee tevens bij het grote geld en de commerciële media. Bovendien, zo blijkt de laatste jaren in de VS, is zo’n stelsel gevoelig voor beïnvloeding via social media.
Fishkin komt in zijn boek met een oplossing die hij deliberatieve peiling noemt: een peiling waarbij de gepeilden eerst beraadslagen.

In zijn boek ‘Tegen Verkiezingen’ beargumenteert David van Reybrouck dat deze vorm van democratie, waarin de rol van het volk beperkt is tot het kiezen van vertegenwoordigers, niet veel te maken heeft met hoe democratie door de eeuwen heen gefunctioneerd heeft. Van Reybrouck stelt dat dit eigenlijk geen democratie is, maar een nieuwe vorm van aristocratie: een gekozen aristocratie. Tegen Verkiezingen - David van Reybrouckvan Reybrouck, D. (2013) Tegen Verkiezingen. Amsterdam: De Bezige Bij.

Naast de groeiende afstand en het wankele vertrouwen tussen bestuurders en bestuurden, is er een nog essentiëler probleem, namelijk dat geenszins duidelijk is wat de publieke wil daadwerkelijk is – de wil die het publiek zou hebben na er stevig over nagedacht en gesproken te hebben, na een gedegen dialoog op basis van goede informatie, uitwisseling van meningen en overweging van argumenten. Na een deliberatie ‘under good conditions,’ zoals Fishkin het formuleert.

Een veel directere deelname van het publiek in openbaar bestuur zou meer draagvlak creëren en de legitimiteit van het bestuur vergroten, maar ook de efficiëntie van de besluitvorming verbeteren, meer daadkracht creëren, en bovendien de denkkracht en particuliere ervaring van burgers benutten om tot betere besluiten te komen.

Burgerparticipatie in Den Haag

Hoewel zowel het nationale als lokale bestuur formeel een electoraal-representatieve vorm heeft, kent de bestuurlijke praktijk allang veel vormen van burgerparticipatie en beraadslaging met burgers. Er wordt volop geëxperimenteerd en de uitkomsten ervan hebben vaak al daadwerkelijke impact op de besluitvorming. In de gemeente Den Haag, bijvoorbeeld, wordt de komende jaren in elke wijk, in samenwerking met bewoners, ondernemers en lokale organisaties, een zogenaamde meerjarige wijkagenda vastgesteld die de belangrijkste problemen en issues van de wijk prioriteert. https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/stadsdelen/wijkagenda-voor-iedere-wijk-een-plan.htm

In een groeiend aantal Nederlandse gemeenten, waaronder Breda, Groningen, Amsterdam, Den Haag, werd in recente jaren een voorzichtig begin gemaakt met burgerbegrotingen, door een deel van het gemeentelijke budget voor een wijk invulling te laten geven door de bewoners. Om dit te realiseren worden online middelen, zoals OpenStad https://openstad.org of Consul https://consulproject.org ingezet om ideeën en plannen op te halen bij de bewoners en middels een stemming de prioriteiten te bepalen, waarna de plannen gefinancierd en uitgevoerd worden. Deze ontwikkeling is een enorme stap vooruit om meer directe democratie te realiseren en de online gereedschappen zijn zeer effectief voor hun doel, maar zijn nog wel erg beperkt. Bewoners kunnen weliswaar reacties plaatsen bij elkaars ideeën of plannen, maar er is nog geen sprake van een echte dialoog, een discussie over argumenten, of het gezamenlijk vormen van een visie.

Het is daar dat het lectoraat Civic Technology wil bijdragen. Een online middel voor publieke beraadslaging is immers niet eenvoudig te ontwerpen en er moet nog veel kennis gevonden en ontwikkeld worden over hoe dat moet.

Het onderzoeksdomein van deliberatieve democratie bestaat inmiddels enkele decennia en heeft al een flinke body of knowledge opgebouwd met betrekking tot het beraadslagen in de fysieke omgeving. Het Oxford Handbook of Deliberative Democracy geeft een uitstekend overzicht van die kennisbasis. The Oxford Handbook of Deliberative Democracy - Bächtiger et al.Bächtiger, A., Dryzek, J. S., Mansbridge, J., & Warren, M. E. (Eds.). (2018). The Oxford Handbook of Deliberative Democracy. Oxford, UK: Oxford University Press. Het onderzoek naar beraadslaging in een digitale omgeving is nog jong en in ontwikkeling. Een belangrijk deel van dat onderzoek is analytisch en bestudeert hoe bestaande media worden gebruikt voor publieke deliberatie en wat de impact van die media is op bijvoorbeeld polarisatie of groepsgedrag. Ook zijn er al wel ontwerpstudies gedaan naar nieuwe media voor online deliberatie, maar dit onderzoeksveld staat nog in de kinderschoenen. Een selectie van publicaties over het ontwerpen van online deliberatie systemen: Esau, K., Friess, D., & Eilders, C. (2017). “Design Matters! An Empirical Analysis of Online Deliberation on Different News Platforms.” Policy and Internet, 9(3), 321–342. Kriplean, T., Morgan, J., Freelon, D., Borning, A., & Bennett, L. (2012) “Supporting reflective public thought with considerit.” Proceedings of the ACM Conference on Computer Supported Cooperative Work, CSCW, 265–274. Seattle, WA. Nelimarkka, M., Rancy, J. P., Grygiel, J., & Semaan, B. (2019). (Re)Design to Mitigate Political Polarization. Proceedings of the ACM on Human-Computer Interaction, 3(CSCW), 1–25. Perrault, S. T. & Zhang, W. (2019) Effects of moderation and opinion heterogeneity on attitude towards the online deliberation experience. Proceedings of CHI 2019, Glasgow, UK. Semaan, B., Faucett, H., Robertson, S. P., Maruyama, M., & Douglas, S. (2015) “Designing political deliberation environments to support interactions in the public sphere.” Conference on Human Factors in Computing Systems – Proceedings, 2015-April, 3167–3176. Strandberg, K and Grönlund, K. 2018. Online Deliberation. In The Oxford Handbook of Deliberative Democracy, Bächtiger, A., Dryzek, J.S., Mansbridge, J. and Warren, M.E. (eds.). Oxford University Press, Oxford, UK. Towne, W Ben and Herbsleb, JD. 2012. Design Considerations for Online Deliberation Systems. Journal of Information Technology and Politics 9, 1: 97–115.

Uit dit onderzoek zijn enkele systemen voortgekomen, zoals Consider.it, https://consider.it waarmee deelnemers hun argumenten voor en tegen kunnen uiten en ordenen, en visueel elkaars posities bekijken. Dit zijn weliswaar waardevolle instrumenten in het repertoire van burgerparticipatie, maar voor beraadslaging, een werkelijke dialoog online, is meer nodig.

RAAK-Publiek project Publieke Dialogen #goedgesprek

Projectpartners in het project Publieke Dialogen #goedgesprek

In april 2019 zijn we begonnen met een tweejarig onderzoeksproject, medegefinancierd door Regieorgaan SIA met een RAAK-Publiek subsidie, om de kennis te ontwikkelen waarmee we een platform kunnen realiseren voor online dialogen in de wijk: het Publieke Dialogen #goedgesprek project. Voor het project is een consortium samengesteld met De Haagse Hogeschool als penvoerder, met de gemeenten Den Haag, Rotterdam en Leiden, de Erasmus Universiteit Rotterdam, InHolland Hogeschool, Grey Matters – een specialist op het gebied van mediapsychologie – en woningcorporatie Vestia. Het project omvat grofweg twee onderdelen. Het eerste deel bestudeert dialogen op fysieke locaties in de betrokken wijken tussen bewoners en wijkprofessionals, zoals wijkmanagers en community-builders. We werken voor dit deel van het project samen met het lectoraat Filosofie & Beroepspraktijk, van het kenniscentrum Global & Inclusive Learning. In dit deel van het project leren we veel over hoe de bewoners en professionals gesprekken ervaren, hoe geworsteld wordt met de verhoudingen, de verschillen in verantwoordelijkheden, doelstellingen en behoeften, en met controverses en conflicten. Vervolgens ontwerpen en experimenteren we met interventies gericht op het handelingsrepertoire van de professionals, uitgaande van hun leerbehoeften, om de kwaliteit van de dialogen te verbeteren.

Interventieformulieren Publieke Dialogen

Buiten deze onderzoeksdoelen van deel één van het project, halen we met de ervaringen en leeropbrengsten uit dit werkpakket ook veel kennis op over hoe dergelijke dialogen online mogelijk te maken. Het tweede deel van het project heeft immers als doel om nieuwe media te ontwikkelen waarmee wijkbewoners en professionals ook online in dialoog kunnen gaan: we ontwikkelen een online deliberatieplatform (de fancy naam daarvoor is nog niet bedacht).

In het project combineren we kennis die vergaard is door literatuuronderzoek, kennis uit observaties en interventies in de praktijk van wijkprofessionals, en jarenlange expertise in het projectteam op de gebieden van mediapsychologie, user experience design en software development. Vanuit die kennisbasis en expertise ontwikkelen we nieuwe concepten en prototypes voor het online deliberatieplatform, die we eerst via experimenten binnen de hogeschool evalueren en uiteindelijke willen inzetten in de praktijk van de gemeenten waarmee we samenwerken.

In de literatuur over deliberatieve democratie wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten dialogen. Bächtiger en collega’s vatten het samen in een typologie van discoursen, een spectrum dat aan de ene zijde een zuiver rationele discourse typeert, zoals een debat, en aan de andere zijde een zogenaamde proto-discourse, een alledaags gesprek bij de koffie, en een conventionele discourse, gericht op het oplossen van een probleem. Bächtiger, A., Shikano, S., Pedrini, S., & Ryser, M. (2009). “Measuring Deliberation 2.0: Standards, Discourse Types, and Sequentialization.” European Consortium for Political Research, General Conference. Potsdam, DE. Ze typeren de verschillende discoursen door het meten van een reeks kwaliteiten, waaronder gelijkheid, rationaliteit, respect, en story-telling. Het beeld dat daaruit ontstaat is niet heel verrassend – het toont aan dat een politiek debat rationeel is, gericht op het algemeen belang, vaak respectvol verloopt met gelijke kansen voor alle deelnemers. Het laat ook zien dat al deze kwaliteiten in veel mindere mate aan de rechterzijde van de tabel voorkomen, bij de meer alledaagse gesprekken, waar juist het vertellen van verhalen belangrijk is.

Typologie van discoursen - gebaseerd op Bächtiger et al. 2009

Dialogen in en over een wijk hebben eerder het karakter van zo’n conventional discourse of een proto-discourse, omdat ze in een minder formele setting plaatsvinden met minder debatvaardige deelnemers, omdat het proces minder strak gedefinieerd is, en omdat de persoonlijke belevingen van bewoners – door het vertellen van verhalen – een essentieel onderdeel zijn. Zonder die laatste kwaliteit te verliezen, proberen we in dit project de andere aspecten, zoals rationaliteit en aandacht voor gedeelde waarden, te verbeteren. De kracht van story-telling willen we behouden, omdat verhalen over geleefde ervaringen enorm krachtig zijn in het bespreken van complexe issues en het ontwikkelen van bijvoorbeeld een gezamenlijke visie. Het vertellen van verhalen is een van de belangrijkste gereedschappen voor het doen van context- en doelgroeponderzoek in design thinking processen. Dit is uitvoerig onderzocht in de kenniskring van het lectoraat IT & Samenleving, van Dick Rijken, en gepubliceerd in onder meer: van Leeuwen, J. P., Rijken, D., Bloothoofd, I., & Cobussen, E. (2020). “Finding New Perspectives through Theme Investigation.” The Design Journal, 23:3, p. 441–461.

In deliberative theory wordt door veel auteurs een model gehanteerd voor de totstandkoming van een goede deliberatie, dat is gebaseerd op drie dimensies: aan de linkerzijde de institutionele voorwaarden, in het midden het proces van communicatie, en rechts de uitkomsten en effecten. Friess, D. & Eilders, C. (2015) “A systematic review of online deliberation research.” Policy & Internet, 7:3, p. 319–339.

Aspecten van deliberatie - gebaseerd op Friess & Eilders, 2015

Voor elk van deze dimensies worden aspecten beschreven die de kwaliteit van een deliberatie beïnvloeden: als institutionele voorwaarden zijn er zaken die vooraf georganiseerd moeten worden, zoals inclusiviteit en representativiteit van de deelnemers, legitimiteit van het gehele proces en de afwezigheid van macht – een aspect dat lastig te realiseren blijkt. Tijdens de deliberatie zelf zijn aspecten als spreektijd, gespreksregels, rationaliteit, openheid en empathie belangrijk. En de kwaliteit van de resultaten en effecten van deliberatie kunnen worden afgelezen aan de door deelnemers opgedane kennis, de efficiëntie van het politieke proces, de mate van gedeeld begrip of consensus en van tolerantie voor elkaars standpunten.

Veel van deze aspecten hebben we kunnen terugzien tijdens de observaties in de wijken. Een heel aantal daarvan kunnen niet met instrumentarium worden gerealiseerd, maar vragen vooral om goede organisatie, institutionele openheid, of een constructieve, persoonlijke houding; ook wanneer de deliberatie online gaat plaatsvinden. Maar het ontwerp van het instrumentarium kan wel degelijk helpen en dit model vormt een belangrijk uitgangspunt voor het bepalen van de kernkwaliteiten van het online deliberatieplatform.

Bijvoorbeeld representativiteit wordt bereikt door goede werving en selectie – of door loting – maar het instrumentarium kan daarbij helpen. Inclusiviteit en gelijkheid, met name tijdens de deliberatie, worden in belangrijke mate bepaald door de toegankelijkheid van het middel en de wijze waarop het gebruik wordt gestimuleerd. Procedurele regels kunnen worden ontworpen en met specifieke instrumenten – specifieke interacties op het platform – kunnen we gespreksdeelnemers wel degelijk aanzetten tot doelmatigheid, rationaliteit, beargumentering, een dialogische houding en een oriëntatie op gedeelde waarden. En een online platform kan bijvoorbeeld ook bijdragen aan het kennisniveau van de deelnemers en aan een gedeeld begrip.

Het ontwerp en de functionaliteit van het instrumentarium heeft veel invloed op de kwaliteit van de deliberatie. Een korte bedenktijd voordat een bericht geplaatst wordt, bijvoorbeeld, kan aanzetten tot zelf-moderatie. Ook de wijze waarop de groep over een onderwerp spreekt, wat de gezamenlijke denkrichting is, wordt met het instrumentarium dat men ter beschikking heeft ondersteund. In de fysieke wereld maken mensen gebruik van hun lijfelijke aanwezigheid en van materiële middelen, zoals flip-overs, whiteboards, post-its, legoblokjes, om creativiteit en duidelijke communicatie te stimuleren. Online is het voor de gesprekspartners nog heel lastig om creatieve tools te gebruiken op een zo intuïtieve manier.

Ziedaar onze ontwerp- en onderzoeksopdracht: het ontwerpen en ontwikkelen van een nieuwe digitale gereedschapskist specifiek voor het online delibereren.

Notities van Arnold Jan Quanjer over het deliberatieplatform

Ziedaar onze ontwerp- en onderzoeksopdracht: het ontwerpen en ontwikkelen van een nieuwe digitale gereedschapskist specifiek voor het online delibereren. Een online toolbox die gesprekspartners de best mogelijke middelen geeft om tot optimale gespreksresultaten te komen. Dat gaat conceptueel verder dan digitale post-its en gekleurde stiften. We zoeken naar middelen die het gesprek richting kunnen geven en die bijdragen aan het realiseren van de vele randvoorwaarden van een goede deliberatie – ‘deliberation under good conditions.

Er is enorm veel kennis uit de diverse disciplines die bij het ontwerpen van dit communicatiemiddel een rol spelen, zoals user experience design, mediapsychologie, filosofie, sociologie, communicatiewetenschap, bestuurskunde – disciplines die we in huis hebben, in onze hogeschool en in de kenniskring van Civic Technology. Maar het vereist toepassing in een daadwerkelijk ontwerptraject om deze kennis te integreren en tot vernieuwende concepten te komen: Research through Design.

Werk van studenten Yasser Farid (IDE) en Renée Mourits (CMD)

Met studenten van de opleidingen Industrial Design Engineering (IDE) en Communication & Multimedia Design (CMD), ontwikkelden we de eerste concepten. Yasser Farid, afstudeerder bij IDE, ontwierp een social media toepassing waarin respectvolle meningswisseling voorop staat. Met technieken van persuasive design creëerde hij een interface die uitnodigt tot reflectie, wederzijds respect, empathie, en uitwisseling van argumenten. Renée Mourits, afstudeerder bij CMD, continueerde deze gedachte en creëerde een dashboard dat gebruikers inzicht gaf in hun eigen standpunten, verbale activiteiten en de effecten daarvan op anderen.

Werk van student Maurits Brouwer (CMD)

Maurits Brouwer, eveneens afstudeerder bij CMD, creëerde een reeks concepten voor het online proces voor de Haagse Wijkagenda’s, als alternatief voor de huidige aanpak met de OpenStad software van de gemeente Amsterdam. In zijn concept schrijven groepen bewoners samen aan hun visie. Deze groepsvisies worden ter stemming voorgelegd aan de wijkbewoners en zo kiest de wijk de thema’s en bepaalt met een deliberatief democratisch proces wat er de komende jaren in de wijk wordt aangepakt. Dit fantastische werk van de studenten is een inspiratie voor ons onderzoek.

Ons project is momenteel in een belangrijke fase, waarin we het eerste werkende prototype bouwen dat getoetst kan gaan worden. We hebben de afgelopen maanden veel concepten doordacht, vaak in de vorm van scenario’s voor de praktijkcasus van de Haagse Wijkagenda’s. Daaruit destilleren we nu het ontwerp voor het eerste prototype deliberatieplatform, dat we gaan ontwikkelen als een minimum viable product waarmee we kunnen gaan toetsen. In eerste instantie toetsen we het in een afgeschermde context, bijvoorbeeld in een faculteit van de hogeschool, en vervolgens – na nog wat iteraties van design en development – in de volledig publieke context van bijvoorbeeld een Haagse wijk. Het deliberatieplatform krijgt een flexibel jasje, waardoor het ingepast kan worden in de context waarvoor het wordt ingezet: of het nu voor een wijkagenda is, of voor het nemen van een besluit samen met burgers, of voor het raadplegen van een burgerpanel rond ingewikkelde beleidsterreinen. Of het nu gaat om een lokale beraadslaging of om een regionale of misschien zelfs landelijke vorm: met goede gereedschappen kan ook de weg naar massa-deliberatie wellicht weer minder utopisch worden.

Tot slot…

Civic Technology is een geweldig vakgebied. De maatschappij zoekt naarstig naar meer mogelijkheden om te participeren in het bestuur van land en stad en technologie is daarbij een factor die kan leiden tot daadwerkelijke vernieuwing. Met interactieve technologie kan de welwillende burger die niet de weg weet te vinden naar bijeenkomsten in zaaltjes, maar wel graag wil meedoen, actief participeren, een mening vormen, ideeën inbrengen en bijdragen aan het bepalen van beleid – op een zelfgekozen tijdstip en plaats, en misschien wel in gesprek met een lantaarnpaal.

Het is een fantastische, spannende ontdekkingsreis en ik hoop dat u zo af en toe een stukje met ons meereist: wellicht hebben we dezelfde bestemming, kunnen we samen optrekken en van elkaar leren!

Jos van Leeuwen
Den Haag, 4 November 2020